Groot deel Kamer wil formele excuses van overheid aan afstandsmoeders en -kinderen
In de Tweede Kamer lijkt zich een meerderheid af te tekenen voor excuses aan zogenaamde afstandsmoeders, die in de vorige eeuw hun pasgeboren baby's onvrijwillig afstonden. De Nederlandse overheid moet die excuses maken, aan de moeders en aan de kinderen. Dat vinden meerdere fracties in de Kamer, blijkt uit een rondgang van Nieuwsuur.
In de periode 1956 tot 1984 moesten ruim 13.000 vrouwen hun pasgeboren baby afstaan onder druk van familieleden, de kerk en instanties als de Raad voor de Kinderbescherming. Decennia later werd pas duidelijk hoeveel dat voorkwam, en hoe groot het leed is geweest en nog steeds is.
Sommige vrouwen vertelden dat ze een blinddoek of kussensloop over hun gezicht kregen tijdens de bevalling, zodat ze de baby niet konden zien. De baby's kwamen terecht in tehuizen en bij adoptieouders.
De Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-1984 (CBAA) concludeerde afgelopen juni in het rapport Schade door Schande dat de praktijk van afstand en adoptie bij veel mensen tot "groot verdriet, woede en vaak ook tot levenslange schade heeft geleid".
Ook Jeroen werd niet vrijwillig afgestaan. Daar kwam hij pas veel later achter:
Na het verschijnen van dat rapport reageerden afstandsmoeders en -kinderen teleurgesteld. Ze misten een aanbeveling aan de overheid voor het aanbieden van excuses voor de rol van de Staat. In andere landen vonden dezelfde praktijken plaats, maar in Australië, België, Ierland en Schotland is daar wel formeel excuses voor aangeboden.
"Vast staat dat onrecht is aangedaan aan de moeders en aan de kinderen. Het is heel belangrijk dat, nu die moeders nog leven, wij dat onrecht kunnen herstellen", zegt CDA-Kamerlid Jeltje Straatman. Ze vraagt de overheid "om een stap naar voren te zetten en te zeggen: ik ga nu excuses aanbieden".
"Uit onderzoek en uit de verhalen van betrokkenen blijkt dat zij jarenlang zijn geconfronteerd met een stigma. Daarbij zijn de overheid en betrokken instanties tekort geschoten in de bescherming van deze vrouwen", zegt Kamerlid Songül Mutluer van GL-PvdA. "Excuses zijn wat mij betreft geen juridische afrekening, maar een noodzakelijke erkenning van het leed dat is aangedaan."
Herstel
GL-PvdA vindt dat excuses gepaard moeten gaan met concrete vervolgstappen. "Zoals goede toegang tot dossiers, passende ondersteuning en blijvende aandacht voor de gevolgen die er tot op de dag van vandaag nog zijn."
D66-Kamerlid Joost Sneller was eerder mede-indiener van een motie die afstandsmoeders en -kinderen onbeperkte en volledige toegang tot eigen dossiers geeft. Zijn partij steunt de excuses, net als de SP en de PvdD. Coalitiepartij VVD is niet tegen, maar zegt nog in overleg te zijn over de kwestie.
De Nederlandse Afstandsmoeder (DNA), die de moeders vertegenwoordigen, en Verleden in Zicht (ViZ), die de belangen van de kinderen behartigt, roepen de overheid op om niet te lang te wachten. "Deze moeders zijn steeds ouder, de groep wordt kleiner. Het is belangrijk om excuses te krijgen, zodat we een begin kunnen maken met herstel," zegt Ellen Venhuizen van DNA, die ook vraagt dat adoptiedossiers beter vindbaar zijn én dat er hulp komt bij de zoektocht naar biologische ouders.
Motie
Al maanden vinden er besloten gesprekken plaats tussen ambtenaren en de stichtingen van afstandsmoeders en -kinderen op het ministerie van Justitie. Eerst alleen over een vorm van erkenning van het leed. "Maar nu over excuses en de manier waarop ze dat willen gaan uitspreken", zegt Frans Haven van ViZ. "Er is licht aan het einde van de tunnel."
Het ministerie bevestigt de gesprekken, maar doet geen inhoudelijke uitspraken. De nieuwe staatssecretaris zal zich moeten buigen over de kwestie. Kamerlid Straatman hoopt dat die er vaart achter zal zetten. "Mocht het nodig zijn, dan kunnen we met een motie komen om de excuses af te dwingen."
De zaak van Trudy Scheele-Gertsen
Voordat CDA-Kamerlid Straatman de Tweede Kamer de politiek inging, werkte ze als pro bono-advocaat aan de zaak van afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen. Die klaagde in 2019 de Staat aan voor het afnemen van haar baby in 1968. Het gerechtshof oordeelde in 2022 dat de Staat niet aansprakelijk kon worden gesteld voor het leed dat de moeders is aangedaan, de zaak was verjaard. Het motiveerde Straatman: "Ik zag van dichtbij hoe overheidsoptreden diepe wonden achterliet, en hoe de omgang van de overheid met haar zwarte verleden, het vertrouwen van de burgers in de overheid ernstig deed schaden", zei ze tijdens haar Maidenspeech in het parlement.