Homo Sapiens
Tussen de 300.000 en 200.000 jaar geleden ontstonden er uit verschillende populaties op het Afrikaanse continent geleidelijk de eerste voorouders van de huidige moderne mens die heden te dage als “Homo sapiens” geclassificeerd worden (Latijn voor wijze/verstandige mens).
De moderne mens ontstond in Afrika en bevolkte vanaf ongeveer 150.000 jaar geleden de rest van de wereld, waarbij het de overige subsoorten van het genus Homo langzaam absorbeerde in zijn genenpoel.
Fossiele overblijfselen van verschillende vindplaatsen op het Afrikaanse continent uit deze periode worden tegenwoordig gekenmerkt als behorende tot de Homo Sapiens subsoort, en daarmee gecontrasteerd met verschillende andere eerder ontstane en met Homo sapiens co-existerende mensachtige subsoorten, zoals Homo erectus, Homo heidelbergensis, neanderthalers en de denisoviërs.
Sinds circa 30.000 jaar is Homo sapiens de enige overgebleven menssoort en kunnen sporen van o.a. denisovamens en neanderthaler in het sapiens genoom worden teruggevonden. Over de precieze periodes of historische omstandigheden van vermenging is zo goed als niets bekend.
Naar moderne maatstaven bestaan er binnen de subsoort Homo sapiens geen rassen. Dergelijke indelingen gelden in de biologische wetenschappen als achterhaald. Genetische en fenotypische verschillen binnen de soort zijn gerelateerd aan klimatologische aanpassingen aan de vele verschillende leefgebieden van Homo sapiens.