De mythe ontkracht: katers worden helemaal niet erger als je ouder wordt
"Wacht maar tot je ouder bent, dan zijn de katers pas écht erg." Je hebt het vast wel eens gehoord, van je ouders, je oudere collega of die ene vriend die zichzelf graag als kater-expert positioneert. Maar daar klopt helemaal niks van. Je kater wordt juist minder heftig naarmate je ouder wordt. Hoe zit dat dan?
Je lichaam beschouwt alcohol als gif en wil er dus zo snel mogelijk vanaf. Bij het afbreken ervan ontstaat de giftige stof acetaldehyde, en dié zorgt voor je bonkende hoofd en trillerige gevoel. Daarnaast droogt alcohol je flink uit, waardoor je slap, moe en muf wakker wordt. Bij sterke drank is dat effect nog groter, omdat je daarbij vaak minder vocht binnenkrijgt dan bij bijvoorbeeld een biertje.
Waarom het dan tóch klopt dat je minder aankan
Eén ding is waar: je tolerantie voor alcohol daalt wél als je ouder wordt. Logisch, want je drinkt simpelweg minder vaak. Je hebt werk, verplichtingen en geen zin meer om elke week de kroeg leeg te drinken. Waar je vroeger moeiteloos de hele avond doorzakte, ben je nu na drie glazen wijn al aangeschoten.
Je pijngrens gaat juist omhoog
Maar hier komt het opvallende deel: naarmate je ouder wordt, kun je over het algemeen beter met pijn omgaan en dus ook beter met een kater. Ook drink je waarschijnlijk anders dan vroeger. Op jongere leeftijd drink je vaak puur om dronken te worden, in korte tijd veel alcohol achterover slaan (het bekende binge drinken). Op latere leeftijd doe je dat minder.
Waarom het dan wel zo klote aanvoelt
Als je minder vaak drinkt, ben je ook minder gewend aan het gevoel van een kater. Ga je dan tóch een avondje stevig door, dan komt die klap harder aan dan je gewend bent. Je brein speelt je bovendien parten: door geheugenbias vergeet je precies hoe verschrikkelijk je je de vorige keer voelde en beloof je jezelf plechtig "nooit meer"; tot de volgende borrel zich aandient.
En dan is er ook nog het volwassen leven
De grootste spelbreker is misschien wel je dagelijks leven. Als achttienjarige kon je de hele dag stinkend op de bank hangen met een zak chips. Nu moet je naar je werk, boodschappen doen of de kinderen naar school brengen. Je leven staat niet stil voor je kater en dát maakt het allemaal een stuk minder leuk.
Je kater wordt dus eigenlijk niet erger als je ouder wordt, die zou zelfs iets moeten meevallen. Het zijn vooral de omstandigheden eromheen, zoals verantwoordelijkheden en een lagere alcoholtolerantie, die het zo laten aanvoelen.