Eerder stoppen met werken kost je niet alleen spaargeld — dit is de fiscale rekening die niemand je vertelt

Steeds meer Nederlanders dromen van uitstappen voor de AOW-leeftijd. Pensioenfondsen laten je fijn rekenen met bruto bedragen. Wat er niet bij staat: de Belastingdienst wacht met heffingskortingen die verdampen, een pensioenkorting van ongeveer 7 procent per jaar en een RVU-heffing die in 2028 richting 65 procent gaat. Eerder stoppen is vooral een fiscaal rekensommetje — en de fiscus rekent mee

Eerder stoppen klinkt als vrijheid. Maar reken je niet rijk. Wie zijn pensioen naar voren haalt, ontdekt dat "netto" en "bruto" plotseling twee heel verschillende werelden zijn — en dat de folder van het pensioenfonds de kleinste van de twee liet zien.

De actuariële korting van 7 procent per jaar

Vervroegd pensioen is geen cadeau van je pensioenfonds. Het is een lening van jezelf, aan jezelf, tegen ongunstige voorwaarden. Als vuistregel kost elk jaar dat je je pensioen naar voren haalt ongeveer 7 procent van je levenslange uitkering. Drie jaar eerder stoppen betekent dus grofweg een vijfde minder pensioen — voor de rest van je leven.

Die korting heet actuariële herrekening en klinkt neutraal, maar hij is dat niet. Je pensioenfonds gaat er simpelweg vanuit dat je langer uitgekeerd krijgt en verdeelt dezelfde pot over meer jaren. Wie op zijn 64ste stopt en 90 wordt, financiert die extra jaren zelf.

De RVU-heffing loopt op naar 65 procent

Voor werknemers die met de werkgever afspreken om eerder te stoppen — de zogeheten Regeling Vervroegde Uittreding — geldt sinds 1 januari 2026 een structurele drempelvrijstelling. Klinkt goed, tot je de kleine lettertjes leest.

  • Je mag maximaal drie jaar vóór je AOW-leeftijd stoppen met vrijgestelde uitkering.
  • Het vrijgestelde bedrag is € 2.357 bruto per maand (2026), plus € 300 extra voor lage inkomens.
  • Alles daarboven of daarbuiten valt onder de RVU-heffing van 57,7 procent in 2026 — oplopend naar 64 procent in 2027 en 65 procent in 2028.

Wie vier jaar voor zijn AOW wil stoppen, of € 3.500 bruto per maand meekrijgt, ziet dus meer dan de helft van dat extra deel naar de fiscus verdwijnen. Formeel betaalt de werkgever die heffing, maar reken maar dat die hem verrekent in wat hij overhoudt voor jouw vertrekregeling.

De heffingskortingen verdampen sneller dan je denkt

Zolang je werkt, krijg je arbeidskorting — in 2026 een aftrekpost die bij een modaal inkomen zomaar richting de 5.500 euro per jaar loopt. Stop je met werken, dan verdwijnt die korting per direct. Ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt als je geen arbeidsinkomen meer hebt.

Het gevolg: je bruto pensioen mag dan lager zijn dan je bruto salaris, netto is het verschil vaak fors groter dan je verwacht. Twee mensen met hetzelfde bruto-inkomen kunnen honderden euro's per maand verschillen, puur omdat de één werkt en de ander stopt.

En de AOW-korting waar iedereen op wacht? Die komt pas op je AOW-leeftijd. Wie eerder stopt, betaalt in de tussenperiode nog gewoon het volle premietarief van bijna 36 procent in de eerste schijf.

Toeslagen en de tweede schijf: een dubbele val

De schijfgrenzen worden in 2026 bewust niet volledig aangepast aan de inflatie, om de btw-verlaging op cultuur en sport te financieren. De tweede schijf begint bij € 78.426. Wie meerdere pensioenen tegelijk laat uitkeren — ouderdomspensioen, een lijfrente, misschien een klein tweede pensioen — belandt sneller dan verwacht in die hogere schijf.

Erger nog: elk pensioenfonds houdt loonheffing in alsof jij daar je enige inkomen hebt. De optelsom komt pas op je aanslag boven water, meestal als een naheffing. Wijzer in Geldzaken waarschuwt er niet voor niets al jaren voor.

Daarbovenop kunnen zorgtoeslag en huurtoeslag verdwijnen zodra je pensioen wordt uitgekeerd. Wie tijdelijk een groter deel opneemt om het "AOW-gat" te overbruggen, verliest die toeslagen soms voor een heel jaar — ook als hij daarna weer onder de grens duikt.

En dan komt in 2029 het bedrag ineens

Vanaf 1 januari 2029 mag je bij pensionering maximaal 10 procent van je pensioenkapitaal ineens opnemen. Perfect voor die verbouwing of camper, denk je. Tot je beseft dat dat bedrag in één klap bij je jaarinkomen wordt opgeteld en dus vrijwel zeker in de hoogste schijf valt. Van een opname van 40.000 euro houd je dan al snel minder dan 22.000 over.

Wat betekent dit voor je rekenmodel?

Wie serieus overweegt eerder te stoppen, kan niet volstaan met "ik heb genoeg gespaard". De drie kernvragen zijn:

  • Blijf je binnen de driejaarsgrens en het RVU-drempelbedrag, of ga je 57 tot 65 procent extra heffing betalen?
  • Reken je met de actuariële korting van circa 7 procent per jaar op je levenslange pensioen?
  • Weet je hoeveel heffingskorting je kwijtraakt en welke toeslagen wegvallen zodra je stopt?

Het Nibud raadt niet voor niets aan om met je pensioenfonds én de Belastingdienst te schakelen voordat je je ontslagbrief tekent. De folder is bruto. Het leven is netto.

De vrijheid van eerder stoppen is echt — alleen kost hij niet één keer geld, maar drie keer: bij het pensioenfonds, bij de fiscus en bij de Belastingdienst/Toeslagen. En van die drie stuurt alleen de eerste je een vriendelijke brief.