Risico op meisjesbesnijdenis neemt toe in zomervakantie: 'Overheid moet meer doen'

De zomervakantie is begonnen en dat betekent dat veel gezinnen op familiebezoek gaan in hun land van herkomst. Voor een groep jonge meisjes uit bepaalde landen schuilt daarachter gevaar. Zij lopen risico op meisjesbesnijdenis, ook wel genitale verminking genoemd. Experts vinden dat de Nederlandse overheid deze meisjes beter moet beschermen.

Lubna Abdul groeide op in Soedan en werd daar op haar achtste besneden. Ze beschrijft dat ze die dag cadeautjes kreeg en zakgeld. "We dachten dat het een meisjesfeestje was." Maar in plaats van een feestje onderging ze, zonder verdoving, een besnijdenis. Het knopje van haar clitoris en vulvalippen werden afgesneden.

Pas toen ze dertig jaar geleden naar Nederland kwam, sprak ze er voor het eerst over met een hulpverlener. "Het kwam allemaal terug: de geur, het gezicht van de vrouw die het uitvoerde, mijn tante die me vasthield." Nog altijd kan Abdul niet fietsen door de ingreep.

Wat is meisjesbesnijdenis?

Meisjesbesnijdenis of genitale verminking is het (deels) verwijderen van het vrouwelijk geslachtsdeel. Bij type één wordt het zichtbare knopje van de clitoris geheel of gedeeltelijk verwijderd. Bij type twee worden ook de binnenste en soms de buitenste lippen van de vulva verwijderd. Als die ook aan elkaar worden gehecht, is sprake van type drie. Dan blijft er slechts een kleine opening van de vagina open.

Meisjesbesnijdenis kent geen medische noodzaak en wordt in geen enkele religie verplicht gesteld. De traditie is ouder dan de islam en het christendom en is cultuurgebonden.

Deze praktijk gebeurt veel in Afrikaanse landen als Somalië, Soedan, Mali, Egypte en Eritrea. Het aantal asielaanvragen uit met name Somalië en Soedan is het afgelopen jaar sterk toegenomen en daarmee groeit ook de urgentie om het thema hoger op de politieke agenda te zetten, zeggen deskundigen.

In Nederland is meisjesbesnijdenis strafbaar, ook als het in het buitenland gebeurt. Toch lopen naar schatting 2600 meisjes in Nederland direct risico.

De ingreep gebeurt vanuit de overtuiging dat het de maagdelijkheid beschermt en de huwelijkskansen van meisjes vergroot. Ervaringsdeskundige Abdul noemt onwetendheid als belangrijkste reden. "Het is puur cultuur. Je móet meedoen."

Abdul kreeg in Nederland twee dochters. Zij ervoer druk vanuit haar Soedanese familie om haar dochters ook te laten besnijden. Tijdens een vakantie was ze bang dat familieleden haar dochters zouden meenemen. "Mijn dochters waren altijd bij mij. Ook tijdens het douchen, in de wc. Ik ben twee weken daar geweest, want mijn vader was ziek. Maar ik liet mijn dochters niet los."

Onderzoeker Annemarie Middelburg is gespecialiseerd in internationaal recht met een focus op vrouwenrecht en genitale verminking. Zij beaamt dat die druk uit buitenland niet moet worden onderschat. "Zelfs gezinnen die hier al twintig jaar wonen voelen de druk om de culturele, sociale en gendernormen na te leven die in hun eigen familie gangbaar zijn."

Middelburg noemt een aantal signalen die volwassenen om deze meisjes heen - leraren, huisartsen, familievrienden - kunnen oppikken. "Als meisjes het hebben over cadeaus, een groot feest, 'vrouw worden', dan moeten echt alle alarmbellen afgaan. En natuurlijk is het belangrijk dat zij weten wat de risicolanden zijn en wat ze kunnen doen als ze deze signalen oppikken."

Met name bij dat laatste valt nog veel winst te behalen, zegt Middelburg. "We zien in Nederland dat de signalen er wel zijn, maar dat professionals gewoonweg niet weten hoe ze moeten handelen."

Abdul dient nu als zogenoemd sleutelpersoon en organiseert, in samenwerking met de GGD, huiskamergesprekken met Soedanese, Somalische en Eritrese vrouwen. Zo proberen ze families van meisjes die risico lopen te signaleren en informeren.

Bevel van de rechter

Middelburg vindt vooral dat de Nederlandse overheid meer moet doen om meisjes te beschermen. "In het vorige regeerakkoord van Rutte IV stond al dat de aanpak tekortschiet. Nu zijn we twee zomers verder, waarin meisjes niet alleen risico hebben gelopen, maar ook daadwerkelijk zijn besneden."

De onderzoeker pleit voor de Britse aanpak. Daar kan een familierechter een beschermingsbevel opleggen als er een risico bestaat op besnijdenis. Per situatie wordt dan gekeken wat er nodig is om het meisje te beschermen. Dat kan zijn: een verbod om het land te verlaten, het paspoort afnemen of een contactverbod met familie uit het buitenland.

Als het bevel wordt overtreden, staat daar een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar op. "Uit de evaluaties in het VK blijkt dat mogelijke plegers bang zijn voor die gevangenisstraf en het daarom niet doen."

Het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoekt of zulke wetgeving ook in Nederland kan komen en laat weten begin 2027 met een antwoord te komen. Vorige maand riep de Tweede Kamer het kabinet op sneller met maatregelen te komen.

Tekst info:


Gepubliceerd: 20:34 - 16 Jul 2026