Homo-acceptatie daalt ook op sportclubs: 'Schrikbarend'
De homo-acceptatie bij sportverenigingen is de afgelopen jaren afgenomen. Dat blijkt uit een enquête van het Mulier Instituut, dat onderzoek doet naar sport.
In 2008 had 85 procent van de sporters er geen enkel probleem mee als een clubgenoot homoseksueel is. Dat percentage is gedaald naar 66 procent. Op de stelling 'Het maakt mij niet uit samen met een homoseksuele sporter van hetzelfde geslacht te douchen', is de acceptatie teruggelopen van 73 naar 55 procent.
Vorige maand bleek al uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut dat Nederlandse jongeren negatiever zijn gaan denken over homoseksualiteit. Volgens het Mulier Instituut is bij sportverenigingen dus "dezelfde maatschappelijke trend" te zien.
Sportkoepel NOC*NSF vindt de uitkomsten van het onderzoek "bijzonder spijtig" en zegt "met nog meer energie" te willen inzetten op een inclusieve sportwereld.
'Schrikbarend maar niet verrassend'
De dalende acceptatie is geen verrassing voor de John Blankenstein Foundation. Zij zetten zich in voor homo-emancipatie binnen de sport, maar zien dat de animo voor hun workshops afneemt. Sportclubs zelf hebben vaak nog wel interesse, maar het zijn veelal ouders die er bezwaar tegen maken.
"Schrikbarend", vindt Karin Blankenstein. Toen haar stichting in 2008 begon, ging de homo-acceptatie "stappen omhoog". Maar dat is anno 2026 niet meer zo. "Ik snap de gevoeligheid van transgenders in de topsport, maar dit gaat over amateursport."
Uit de kast?
Uit het Mulier-onderzoek blijkt ook dat de aandacht voor homo-acceptatie in de sport toeneemt. Waar in 2017 nog 12 procent van de verenigingssporters aangaf dat er op de club aandacht voor is, is dat 28 procent in 2026.
Mede door die aandacht zijn sporters erachter gekomen dat het misschien niet zo makkelijk is om uit de kast te komen dan eerder gehoopt, zegt Mulier-onderzoeker Rens Cremers. In 2008 dacht zo'n 75 tot 80 procent dat een coming-out geen probleem was, nu is dat 55 tot 59 procent.
Pepijn Keppel hockeyde bij nationale jeugdteams, maar stopte vanwege homofobie in de sport. Pas nu hij bij een queer-team zit, kan hij genieten van de sport:
Vooral in het voetbal is homoseksualiteit een heet hangijzer. Volgens KNVB-regelementen moeten wedstrijden worden stilgelegd bij homofobe spreekkoren. Maar er zijn de laatste jaren geen gevallen bekend van profduels waarbij dat ook daadwerkelijk gebeurde.
In 2020 introduceerde de KNVB de OneLove-armband als symbool voor verbinding en tegen racisme en discriminatie. Dat leidde tot veel gedoe: Feyenoord-speler Orkun Kökcu en Redouan el Yaakoubi van Excelsior weigerden de band te dragen. De KNVB besloot daarom vanaf 2023 te stoppen met de OneLove-band.
"Dat is een gebrek aan lef", zegt Karin Blankenstein. Al vindt ze dat niet alleen de KNVB schuld heeft. Ook wijst de met de beschuldigende vinger naar clubs, die beter zouden kunnen toezien op homofobe uitingen op de tribunes.
Sommige Nederlandse sportclubs zijn initiatieven gestart om homo-acceptatie te bevorderen. Zo is in Drenthe het project 'De veilige kleedkamer'. Verenigingen die meedoen moeten via een stappenplan aantonen dat ze inclusie hoog in het vaandel hebben staan. Vervolgens krijgen ze een certificaat dat 'bewijst' dat ze homovriendelijk zijn. Volgens de initiatiefnemers is inmiddels ook uit Gelderland en Groningen interesse om aan het project mee te doen.
Vorige maand zegde staatssecretaris Tielen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nieuwe subsidie toe om gender- en lhbti+-gelijkheid te bevorderen. De vorige subsidieregeling zou in 2027 stoppen, maar de nieuwe regeling blijft nog zeker vijf jaar van kracht. Het gaat dan niet alleen om emancipatie binnen de sport, maar in de hele samenleving.