De prijs van een vat olie ging maandag voor het eerst in jaren door de grens van 100 dollar. Het bedrag zakte vannacht weer iets nadat de Amerikaanse president Donald Trump zei dat de oorlog in het Midden-Oosten "zo goed als voorbij is", maar olie is nog altijd veel duurder dan enkele weken terug.
Het laat zien hoe sterk de invloed van de oorlog is op de energiemarkt. De paniek raakt autobezitters aan de pomp, maar op geopolitiek niveau dreigen nog veel grotere verliezers. "Dit kan meer invloed hebben dan alle vorige oliecrises gecombineerd", zegt geo-economisch analist Michel Don Michaloliákos (Haagsch Instituut GeopolitiekNu).
Eén plek in het Midden-Oosten is de belangrijkste boosdoener van de energiepaniek: de Straat van Hormuz. Normaal gesproken gaat zeker een vijfde van alle vloeibare gas- en oliehandel via deze zeestraat bij Iran. "Iran heeft al bewezen op alles te schieten wat er nog doorheen gaat", zegt Annet Koster, directeur van De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders. "De facto komt het op een afsluiting neer."
Doordat olie nu een stuk lastiger of helemaal niet weg kan uit de producerende landen rondom de Straat, raken de opslagen daar snel vol. Irak kan bijvoorbeeld maar voor zes dagen aan productie kwijt in depots, zegt Michaloliákos. "De blokkade legt op die manier alles stil."
Daarbovenop komen de aanvallen over en weer op oliedepots en -installaties. Zo heeft Israël in Iran olievoorraden in de brand gestoken. Iran schakelde in Qatar een faciliteit voor vloeibaar gas uit, en in Saudi-Arabië de grootste olieproductiefaciliteit ter wereld.
Vooral dat laatste land is een enorme olieproducent; de tweede ter wereld. Toch vormt de schade niet direct een groot gevaar voor de wereldwijde toevoer van olie. Landen hebben (nood)voorraden en andere olieproducerende landen kunnen een been bijtrekken.
Maar dat kent wel z'n grenzen, zegt Michaloliákos. "De VS, Brazilië, Guyana, Venezuela en andere landen kunnen opschalen, maar dat compenseert niet het hele productieverlies."
Autoloze zondag
Dat vrezen ook handelaren, laten de snel gestegen olie- en gasprijzen zien. Michaloliákos: "Als dit nog een maand aanhoudt, komt de wereldwijde leveringszekerheid in gevaar."
Het gevolg: nog hogere brandstofprijzen. Ook andere sectoren blijven niet gespaard, legt econoom Mathijs Bouman uit. "Een oorlog in een oliegebied heeft altijd direct veel economische effecten. Als het langer duurt, worden ook spullen die gemaakt worden van olie duurder. En uiteindelijk ook alternatieven voor olie. Dan krijg je algehele hoge inflatie."
Michaloliákos plaatst wel een nuance: de invloed van olieprijzen is minder dan vroeger. Door verduurzaming zijn industrieën (en autorijders) minder afhankelijk van olie en olieproducten dan bijvoorbeeld tijdens de oliecrisis van 1973. "Toen leidde een olieprijsstijging van 10 dollar tot flink meer inflatie dan het nu doet."
Iran raakt zichzelf misschien wel het hardst met de zeeblokkade. "Iran heeft de olie-inkomsten nodig om de oorlog vol te kunnen houden", zegt Michaloliákos.
Toch is het maar de vraag of dat voor het regime reden is om de strijd sneller op te geven. De Iraanse economie doet het al jaren slecht, en het regime lijkt, ook door de protesten en nu de Amerikaans-Israëlische aanvallen, alleen maar te zijn verhard. "Deze oorlog gaat voor het Iraanse regime om overleven", zegt hoogleraar Militaire Studies Martijn Kitzen.
Ondertussen profiteren Amerikaanse oliebedrijven flink van de oorlog, zegt Bouman. "De Amerikanen exporteren veel olie en vloeibaar gas, en hebben geen last van productieverstoringen. Als die prijzen stijgen, profiteren ze dus financieel."
China pijn doen
Z'n grote productiecapaciteit geeft de VS bovendien een geopolitiek wapen, zegt oud-topmilitair Rob Bauer. "Als de Amerikanen lelijk doen, kan China dreigen de levering van grondstoffen voor wapens en satellieten te stoppen. Maar wat de Amerikanen in Venezuela en nu in Iran laten zien: wij hebben ook machtsmiddelen om jullie pijn te doen."
China is namelijk een belangrijke afnemer van Irans olie. Bauer: "China heeft voorraden opgebouwd, maar als dit langer duurt, heeft China er absoluut last van dat Irans productie platligt."
Voor Europa geldt dat er behoorlijk wat olievoorraden zijn, zeker in Nederland. "Met Rotterdam hebben we de grootste reserve van Europa, want daar zitten raffinaderijen", zegt Michaloliákos.
Maar, benadrukt Bouman, ook hier kan de levering uiteindelijk onder druk komen te staan. De risico's van onze afhankelijkheid van buitenlandse olie en gas zijn te groot, vindt hij.
"Het echte wat we hiervan moeten leren: Nederland en Europa als geheel moeten nog veel sneller af van die fossiele brandstoffen, want die produceren we niet zelf. De geopolitieke kosten zijn veel groter dan de kosten die we zouden moeten maken om dat proces een beetje te versnellen."