Bestelbusjes, bakfietsen en kleine elektrische wagentjes. Elke dag zie je wel een voertuig van een bezorgbedrijf door de stad gaan. Dat is ook niet zo gek, want Amsterdam is met maar liefst 125.000 pakketjes per dag echt een pakketstad. Ook onder het AT5-panel is het bestellen van pakketjes populair, maar zes op de tien panelleden vindt dat het bestelgedrag van mensen is doorgeslagen. Dat blijkt uit een onderzoek waar bijna 2000 Amsterdammers aan meewerkten.
Meer dan de helft van de panelleden bestelt elke maand een pakketje, en bijna 9 procent doet dat zelfs elke week. Vooral dat er online meer te verkrijgen is dan in de winkel en het gemak spelen een grote rol. De meeste panelleden bestellen online kleding, maar ook elektronica, huishoudelijke apparaten en boeken zijn populair om te bestellen.
Opvallend is dat het aantal panelleden dat vindt dat het bestelgedrag is doorgeslagen, nagenoeg gelijk is aan het aantal panelleden die in ieder geval één keer per maand wat online bestelt. Annemieke Bieringa is een van de panelleden die het bestelgedrag te ver vindt gaan. "Het is compleet doorgeslagen. Iedereen bestelt maar, en ook heel erg veel. Dat is waarschijnlijk ook de lol ervan, dat je veel kan bestellen en kan terugsturen. In een winkel kan je niet vijftig kledingstukken passen zonder iets te halen."
Panellid Daniël Rommens staat juist aan de andere kant. Hij, en heel wat andere panelleden, zijn van mening dat pakketbezorging de toekomst is. "Het is fijn om een hoop dingen die je normaal in de winkel haalt thuis kan krijgen. Als ik namelijk precies weet wat ik wil hebben, dan vind ik het heel veel moeite om nog naar de winkel te gaan en het daar dan te gaan zoeken."
Vooral thuisbezorging
Al die pakketjes die worden besteld komen bij de panelleden het liefst thuis op de mat. 64 procent van de panelleden geeft aan meestal voor thuisbezorging te kiezen. Een kwart kiest voor een pakketpunt en ongeveer 5 procent voor een pakketkluis. "Het hele doel van een pakket laten bezorgen is toch het gemak dat het thuisbezorgd wordt?", aldus een van de panelleden. 35 procent van de panelleden geeft het gemak ook aan als voornaamste reden om het thuis te laten bezorgen.
Zelf thuis zijn of buren die het pakket kunnen aannemen, worden ook veel genoemd. "Als ik weet wanneer de bezorger komt, dan zorg ik dat ik altijd thuis ben." Een andere reden die veel panelleden geven is dat het pakketpunt te ver is, of de pakketten te zwaar. "Ik bestel voornamelijk kattenvoer, maar die zakken wegen 12 kilo. Dat is is te zwaar om bij een pakketpunt te halen."
Dat zo veel mensen maar van alles thuis laten bezorgen, is voor Bieringa niet te begrijpen. "We willen met z'n allen een stad die bruist, maar niemand gaat naar de winkel. Ik vind eigenlijk dat als je iets bestelt wat je ook in de winkel kan halen, dan gewoon naar de winkel moet. Online bestellen is de doodsteek voor lokale ondernemer."
Rommens is het daar niet mee eens. "Ik vind niet dat ik voor bijvoorbeeld het bestellen van luiers de lokale ondernemer moet steunen." Wel vindt hij dat het uitmaakt om wat voor soort pakket het gaat. "Ik ben ook muzikant, spullen die ik daarvoor nodig heb, haal ik wel bij de lokale ondernemer in de stad."
Te laat of nooit gekomen
Over de bezorging van de pakketten is het merendeel van de panelleden redelijk tevreden, maar er is ook echt irritatie. Pakketten die in de centrale hal worden gedumpt of gewoon voor de deur, meldingen dat de pakketten zijn bezorgd maar dat het niet zo is, en bezorgers die niet eens aanbellen, maar meteen kiezen voor het pakketpunt. Het zijn een aantal voorbeelden die vaker worden genoemd door verschillende panelleden.
Rommens woont in een gebouw met 150 woningen. In de centrale hal hangt een briefje voor de bezorgers. 'Pakketjes niet in de hal neerleggen', valt erop te lezen. "Er zijn zeker bezorgbedrijven die dat wel gewoon doen en het daar maar neergooien." En dat zorgt voor problemen. "Wij hebben een automatische deur, dus iemand kan makkelijk mee naar binnensluipen. Een dief pakt dan zo twee of drie pakketjes." Het gebouw bij Rommens is niet het enige pand waar dit gebeurt; 16 procent van de panelleden geeft aan dat er weleens een pakket is gestolen.
Ook zeggen veel panelleden dat er weleens iets misgaat met de bezorging. Zo geeft meer dan de helft van de panelleden aan dat er in het afgelopen jaar een pakket te laat is bezorgd, en is het bij een derde van de panelleden zelfs een keer voorgekomen dat er pakket helemaal niet werd bezorgd.
"Pakketten worden als 'onbezorgbaar' gemeld, om een week later ineens alsnog 'gewoon' bezorgd te worden. Daarnaast verdwijnen brievenbuspakketten met grote regelmaat", zo legt een panellid uit. Een ander voegt daaraan toe: "Er staat in de app dat het pakket bezorgd is, maar het is nergens te vinden. Ook bij de buren niet."
Sommige panelleden nemen het ook op voor de bezorgers. "Die bezorgers moeten zo ontzettend veel pakketjes bezorgen. In die hele keten is het ook zo ontzettend druk. De druk om alles maar op tijd te bezorgen is ontzettend hoog. Dat er dan weleens iets mis kan gaan is toch logisch?"
Parkeren op de stoep of midden op straat
De 125.000 pakketjes per dag en de belofte om vaak iets zo snel mogelijk te laten bezorgen, zorgt ook voor een grote druk bij de bezorgers. Tijd om een parkeerplek te vinden hebben zij vaak niet en daarom wordt er stilgestaan op straat of worden de bussen op de stoep geparkeerd.
Dat is voor veel panelleden een grote irritatie. Bijna de helft van de panelleden geeft aan dat er te veel bestelbusjes door de stad crossen en ongeveer datzelfde aantal panelleden vindt dat het verkeer door de toename van bestelbusjes onveiliger is geworden.
Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, herkent die irritaties. "Ik irriteer mij ook aan busjes die op de stoep staan, midden op straat parkeren of van adres naar adres hoppen. Bezorgers moeten beseffen dat zij te gast zijn in onze wijken en het gedrag moet echt beter."
Volgens Ploos van Amstel is het aantal ongelukken dat wordt veroorzaakt door bestelbusjes niet toegenomen de laatste jaren. "Ze rijden vaak ook niet hard, omdat ze constant moeten stoppen." Maar hij begrijpt dat onveiligheidsgevoel wel. "Een gemiddelde pakketbezorger rijdt wel vier keer per jaar schade. Dat doen jij en ik niet eens in tien jaar."
Hubs en pakketpunten
Ook verkeerswethouder Melanie van der Horst vindt dat er te veel bestelbusjes door de stad rijden. Zij ziet het liefst dat dat aantal omlaag gaat. Een gezamenlijke hub waar vanuit de pakketjes van verschillende bezorgbedrijven gaan en meer pakketpunten waar alle verschillende leveranciers hun pakketten kunnen laten bezorgen, moeten daarvoor gaan zorgen.
Rommens ziet dat wel zitten. "Het is toch een goed idee om vanaf een bedrijventerrein in bijvoorbeeld Diemen alles wat naar de Burgemeester Hogguerstraat moet in één keer hierheen komt. Dat is veel handiger dan al die busjes die langsrijden voor maar één of twee pakketjes."
Van der Horst hoopt dat er door de maatregelen duizenden ritten minder door de stad hoeven. Ploos van Amstel zet daar zijn vraagtekens bij. "60 procent van de mensen gaat met de auto naar zo'n pakketpunt. Daarnaast moet de bezorger alsnog langs de consument, maar dan wel met een minder gevulde bus."
Tijdsloten
Volgens de lector is het goed dat de gemeente de pakketlogistiek wil aanpakken, maar zijn pakketpunten daar niet het juiste middel voor. "Thuisbezorging is de goedkoopste manier van bezorging, maar het begint allemaal bij de webwinkels. Nog geen 5 procent van de webwinkels biedt je de mogelijkheid aan om een tijdslot te kiezen voor de bezorging." Ploos van Amstel legt uit dat het daardoor vaak voorkomt dat bezorgers voor niets langsrijden, wat zorgt voor de irritatie van stilstaande bussen en pakketjes die niet zijn bezorgd.
Mocht de gemeente wel volledig voor de pakketpunten gaan, dan heeft de lector wel een aantal tips. "Zorg dan wel dat je goed nadenkt over waar het punt komt. Dat je bijvoorbeeld stimuleert om lopend of op de fiets naar het pakketpunt te komen. En zorg dat er geen twaalf verschillende punten zijn voor twaalf verschillende bezorgers."