De Franse revolutie betekende een ommezwaai in de politieke machtsverhoudingen in het Frankrijk van de 18e eeuw.
De Franse maatschappij was in deze tijd staatsrechtelijk opgedeeld in drie standen. De eerste twee standen waren de geestelijkheid en de adel. De derde stand bestaande uit de boeren en burgers vormden veruit de grootste groep (97% van de populatie), maar hadden op politiek gebied nauwelijks inspraak.
De revolutie volgde op jarenlange periodes van voedselschaarste onder de Franse burgerij en plattelandsbevolking, machtsstrijd tussen de adellijke stand en de monarchie, financieel wanbeleid en mislukte pogingen tot bestuurlijke hervormingen.
1789
Uiteindelijk leidde dit alles ertoe dat in 1789 de Franse staat bankroet dreigde te gaan, waarop Koning Lodewijk XVI zich genoodzaakt zag om op 4 mei 1789 voor het eerst sinds 1614 de Staten Generaal bijeen te roepen, met vertegenwoordigers uit alle drie de standen.
Na een opeenvolging van onenigheden over vertegenwoordiging en inspraak tijdens de Staten Generaal, zouden de vertegenwoordigers van de derde stand zich op 17 juni zelfstandig uitroepen tot nationale vergadering (Assemblée nationale) met als doel een nieuwe Franse grondwet op te stellen.
Toen bekend werd dat de koning op 11 juli troepen had verzameld in en rond Parijs, werd door de Parijse burgerij een burgermilitie opgetrommeld van 40.000 man, waarna wapenwinkels en opslagdepots voor wapens en levensmiddelen geplunderd werden.
De gewelddadige bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, wordt vaak gezien als het begin van de Franse revolutie. In de Bastille lag het buskruit opgeslagen dat noodzakelijk was voor een gewapende opstand.
De revolutie begon als een volksopstand waarbij de stedelijke burgerij en plattelandse boerenbevolking de absolute monarchie verwierpen, en een eind wilden maken aan het oude stelsel (“ancien régime”) waarin de adel en de hogere geestelijkheid zich van allerlei privileges bedienden. De burgerij hadden genoeg van de privileges van de adel en geestelijkheid, en de boeren verzetten zich tegen de feodale rechten en heffingen van de grootgrondbezitters.
Het Assemblée nationale zou dan ook in een decreet in augustus 1789 het feodale systeem en bijbehorende privéleges en heerlijke rechten van de adel en geestelijkheid officieel beëindigen.
1799
De machtsgreep van Napoleon Bonaparte in 1799, die daarna als alleenheerser en uiteindelijk in 1804 als zelf gekroonde keizer optrad, markeert het einde van de Franse revolutie.